Uit de praktijk van Dr. Haverkamp:

Vraag van mevrouw Van der Meulen,

“Ik heb gehoord dat het herstel van een heupprothese sneller gaat met een zogenaamde: voorste benadering. Klopt dit?”

Antwoord van Dr. Haverkamp:

“Er zijn verschillende pogingen ondernomen om de ‘schade’, die gemaakt wordt om een totale heup te plaatsen, te minimaliseren. De benadering die daar tot nu toe het beste in slaagt is de anterieure-, ofwel voorste benadering. Door een natuurlijke ruimte tussen spieren aan de voorzijde te gebruiken ontstaat er minimale spierschade, waardoor in feite een sneller herstel mogelijk is. Alhoewel veel orthopedische heupexperts er van overtuigd zijn dat deze benadering beter is, is dit zeker nog niet wetenschappelijk bewezen.

Een chirurgische benadering is perfect als een Orthopedisch Chirurg het probleemloos kan uitvoeren. Juist hier ligt het verschil tussen de voorste benadering en veel van de andere benaderingen. De voorste benadering is een technisch lastiger procedure met kans op complicaties in onervaren handen. Echter, uitgevoerd door een ervaren heupexpert, kunnen uitstekende resultaten behaald worden.

Alhoewel het formaat en de locatie van het litteken, vanuit medisch perspectief, veel minder belangrijk zijn dan goede plaatsing en lange levensduur van de prothese, kan het voor de patiënt wel een belangrijk item zijn. Het is bijvoorbeeld mogelijk om de anterieure benadering via een bikinilijn-incisie te verrichten. Bij gebruik van deze incisie valt het litteken weg in de liesplooi. Daarmee de voordelen van doorgaans snel herstel en een minder zichtbaar litteken. Slechts enkele heupexperts hebben de benodigde ervaring en gebruiken deze techniek. Zelf heb ik ruime ervaring met deze techniek en kan ik u via AVE Orthopedische Klinieken hier goed mee helpen.”