Kijkoperatie van de Knie

Anatomie van de knie

De knie is het gewricht tussen het bovenbeen en het onderbeen. Aan de voorzijde van de knie zit de knieschijf. In het kniegewricht worden krachten en bewegingen van het onderbeen op het bovenbeen overgebracht en vice versa. Deze krachten en bewegingen worden opgevangen en geleid door de spieren, het kapsel en de banden in en om het gewricht (kruisbanden) en de meniscus en het kraakbeen.
De (kruis)banden, het kapsel en de meniscus zorgen voor de passieve stabiliteit, de spieren zorgen voor de actieve stabiliteit. De meniscus functioneert ook als demping tussen de botten. Het kraakbeen zorgt dat de botten van onder- en bovenbeen soepel langs elkaar kunnen glijden. Het kniekapsel omsluit het hele gewricht en maakt de gewrichtsvloeistof aan die het kraakbeen smeert.  Door deze vloeistof is er minder wrijving in de knie.

 

Letsel in het kniegewricht

Letsel in de knie ontstaat door verschillende oorzaken, bijvoorbeeld door een trauma (ongeluk, verdraaiing tijdens sport of in een andere situatie) of door artrose. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een scheur in de meniscus, voorste- of achterste kruisbandletsel of kraakbeenschade. Deze beschadigingen in de knie kunnen zorgen voor onder andere pijnklachten, instabiliteit en zwelling van de knie.

Wanneer adviseert de orthopedisch chirurg een arthroscopie?

Als er sprake is van pijn of instabiliteit in combinatie met zwelling van de knie en het lichamelijk onderzoek wijst uit dat er inderdaad sprake lijkt te zijn van schade in de knie, dan is het nodig een arthroscopie te verrichten van de knie om het probleem aan te pakken. Soms is het mogelijk eerst te kiezen voor conservatieve therapie (zoals fysiotherapie), dit is echter niet altijd de oplossing. Zeker als duidelijk is dat er schade is ontstaan in de knie, die niet kan overgaan met behulp van een conservatieve insteek, zal een arthroscopie nodig zijn.

Als uit het verhaal van de patiënt en het lichamelijk onderzoek niet duidelijk blijkt of er werkelijk schade is in het kniegewricht wordt soms besloten eerst een MRI te verrichten van de knie.
Bij een arthroscopie kijkt de orthopedisch chirurg in het gewricht. Er wordt een arthroscoop ingebracht. Dit is een kleine glasfiber kijkbuis, waarmee hij alle onderdelen goed zichtbaar maakt. De kijkbuis is aangesloten op een camera waardoor de ingreep goed gevolgd kan worden. Indien het onderzoek uitwijst dat er een afwijking aanwezig is, zoals een gescheurde meniscus, kan de orthopedisch chirurg deze gelijktijdig behandelen.

Operatie: de arthroscopie

De operatie vindt meestal plaats onder volledige narcose, maar soms ook met behulp van een ruggenprik. Bij een arthroscopie kijkt de orthopedisch chirurg in het gewricht. Er wordt een arthroscoop ingebracht. Dit is een kleine glasfiber kijkbuis, waarmee hij alle onderdelen goed zichtbaar maakt. De kijkbuis is aangesloten op een camera waardoor de ingreep goed gevolgd kan worden. Indien het onderzoek uitwijst dat er een afwijking aanwezig is, zoals een gescheurde meniscus, kan de orthopedisch chirurg deze gelijktijdig behandelen.


Tijdens de operatie wordt er een band om uw bovenbeen gelegd. Deze zorgt ervoor dat het bloed uit uw been weggehouden wordt, zodat er zo goed mogelijk in uw knie gekeken kan worden. Na het ontsmetten van de knie worden er twee tot drie kleine gaatjes gemaakt voor het inbrengen van de kijkbuis en de instrumenten. Tijdens de operatie wordt de binnenkant van uw knie in zijn geheel bekeken en indien nodig worden de beschadigde delen van de meniscus verwijderd. Randen van beschadigd kraakbeen worden gladgemaakt. Soms is de kwaliteit van het kraakbeen zodanig slecht dat dit gedeelte opgeruwd wordt, zodat de doorbloeding ter plaatse verbeterd en hopelijk een nieuw laagje weefsel ontstaat. Op de wondjes worden hechtstripjes geplakt, soms wordt er een hechting gebruikt. Hierna wordt er een drukverband om uw been aangebracht.

Na de arthroscopie

U verlaat de kliniek met twee krukken en drukverband, dat 48 uur aanwezig moet blijven. Volledige belasting van de knie is in eerste instantie vaak niet goed mogelijk vanwege de pijn. U mag de knie echter wel volledig belasten vanaf de eerste dag na de operatie (tenzij anders wordt vermeld door de orthopedisch chirurg). De knie mag ook normaal bewogen worden na de operatie, door zwelling is dit vaak echter nog niet volledig mogelijk. De knie blijft vaak nog weken in enige mate dik. De hele herstelperiode varieert per patiënt en per gevonden aandoening in de knie. De normale activiteiten mogen weer plaatsvinden als dit weer mogelijk is. Geadviseerd wordt de eerste weken wel rustig aan te doen wat sportactiviteiten betreft. Autorijden kan weer als u voldoende kracht en stabiliteit in het been heeft.

Eventuele complicaties

In de meeste gevallen verloopt een operatie en de revalidatieperiode zonder problemen.
Toch is het voor u van belang om te weten welke complicaties er kunnen voorkomen:

  • Gevoelloosheid/ doof gevoel rond het litteken: dit is geen complicatie, maar een bijkomstigheid bij een operatieve ingreep. Doordat zenuwtakjes in de huid doorgesneden worden bij het maken van de incisie in de huid die benodigd is voor het uitvoeren van de ingreep, kan gevoelloosheid van de huid ontstaan. Soms is dit tijdelijk, maar dit kan ook blijvend zijn.
  • Infectie; om de kans hierop zo klein mogelijk te houden dient u de wondjes de eerste vijf dagen na de operatie droog te houden.
  • Trombose (bloedstolseltje) of longembolie (verstopping van het bloedvat van de long); hiertegen krijgt u antistollingsmiddelen die u volgens voorschrift moet gebruiken.
  • Pijn; het kan zijn dat de gevonden schade in uw knie zodanig ernstig is, dat alleen een arthroscopie de pijn niet kan wegnemen. In dat geval wordt op termijn overlegd of er andere opties bestaan voor uw knieprobleem.


Verder informatie met betrekking tot deze ingreep zal u ontvangen via de kliniek als u voor deze ingreep in aanmerking komt.
 

 





Laat de pagina in print veilige modus zien