Hemi-Knieprothese (Halve Knie-prothese) Operatie

Anatomie van de knie

De knie is het gewricht tussen het bovenbeen en het onderbeen. Aan de voorzijde van de knie zit de knieschijf. In het kniegewricht worden krachten en bewegingen van het onderbeen op het bovenbeen overgebracht en vice versa. Deze krachten en bewegingen worden opgevangen en geleid door de spieren, het kapsel en de banden in en om het gewricht (kruisbanden) en de meniscus en het kraakbeen.
De (kruis)banden, het kapsel en de meniscus zorgen voor de passieve stabiliteit, de spieren zorgen voor de actieve stabiliteit. De meniscus functioneert ook als demping tussen de botten. Het kraakbeen zorgt dat de botten van onder- en bovenbeen soepel langs elkaar kunnen glijden. Het kniekapsel omsluit het hele gewricht en maakt de gewrichtsvloeistof aan die het kraakbeen smeert.  Door deze vloeistof is er minder wrijving in de knie.

Artrose

De spleet die gevormd wordt door het kraakbeen van onder- en bovenbeen kan met de leeftijd kleiner worden omdat het kraakbeen steeds dunner wordt of steeds meer beschadigd raakt. Het kraakbeen treedt dan steeds minder op als schokdemper. De botdelen waar deze kraakbeenschade aanwezig is, schuren over elkaar. Dit kan leiden tot vormverandering. Het gevolg is pijn en soms bewegingsbeperking.

Welke klachten kunnen duiden op slijtage?

  • Pijn bij het opstaan, bij belasten of in rust
  • Stijfheid en startpijn
  • Zwelling
  • Beperkingen bij het bewegen
  • Knarsende geluiden bij beweging
  • Nachtelijke pijnklachten en/of drang om te bewegen

Welke oorzaken zijn er voor knieslijtage?

  • Veroudering van de gewrichten
  • Erfelijke aanleg
  • Een eerdere operatie waarbij (een deel van) de meniscus werd verwijderd
  • Een instabiele knie door te slappe kniebanden
  • Reumatische aandoeningen
  • Een vroegere botbreuk waarbij ook het kraakbeen betrokken was
  • Stofwisselingsziekten

Soms treedt de pijn pas op bij intensieve activiteiten, maar later ook bij de normale dagelijkse dingen of zelfs ’s nachts. Fietsen gaat vaak beter dan wandelen. De knie kan gaan opzwellen.

Wanneer adviseert de orthopedisch chirurg een halve knie?

Meestal zit de slijtage het eerst aan de binnenkant van de knie. Vaak blijft de slijtage beperkt tot de binnenkant van de knie en is het kraakbeen aan de buitenkant goed. Als de pijn als gevolg van de slijtage duidelijk op de voorgrond staat en u hierdoor beperkt wordt in het dagelijks leven is een halve knieprothese een goede optie. Vele belangrijke eigen structuren worden hiermee behouden en tevens is er minder botverlies dan bij het plaatsen van een totale knieprothese. De revalidatie is vaak eenvoudiger en sneller en de infectiekansen zijn lager dan bij het plaatsen van een totale knieprothese. Tevens is een eventuele revisie (wissel) van de halve knieprothese in de toekomst is eenvoudiger dan een revisie van een totale knieprothese.



Operatie: de halve knieprothese

De operatie duurt ongeveer 1 uur en kan gebeuren met een ruggenprik of algehele verdoving. De dag na de operatie kunt u alweer naar huis. In Ave Orthopedische Klinieken is gekozen voor een minimaal invasieve techniek. Dit betekent dat er geopereerd wordt met zo min mogelijk weefselschade. In vergelijking met de normale operatiemethode wordt niet alleen de snee in de huid kleiner, maar wat belangrijker is, ook de snee door de spieren en pezen blijft beperkt. De grootte van de snee in de huid kan variëren, ondanks dat er daaronder toch weefselsparend wordt geopereerd.

Een halve knieprothese is een vervanging van het gedeelte van het kniegewricht dat versleten is. Soms is dit het buitenste deel van de knie, maar meestal gaat het om de binnenzijde van de knie (het gedeelte van de knie waar de knieën elkaar raken).  De uiteinden van het bot van het binnenste of buitenste gedeelte van het onder- en bovenbeen worden aangepast aan de vorm van de prothese. Het aangetaste kraakbeen en de meniscus schijfjes worden verwijderd en de kruisbanden blijven intact. De twee metalen componenten worden met sneluithardend botcement aan het boven- en onderbeen vastgemaakt. Op het metalen component van het onderbeen zit een kunststof gedeelte dat zorgt voor het soepel scharnieren van het kunstgewricht.

Uit welk materiaal bestaat een halve knieprothese?

In het algemeen worden metalen zoals Titanium en Cobalt-Chroom, en kunststoffen zoals polyethyleen gebruikt. Alle materialen zijn speciaal voor medische toepassing ontwikkeld en worden optimaal door het lichaam geaccepteerd.

Hoe lang gaat een halve knieprothese mee?


Beslissende factoren voor de levensduur en werking zijn natuurlijk de lichaamsbelasting en de kwaliteit van de botstructuur. Dit in combinatie met de kwaliteit van het materiaal van de knieprothese. Wetenschappelijk onderzoek geeft tegenwoordig een gemiddelde overleving van een halve knieprothese van tien tot vijftien jaar weer. De ontwikkeling van halve knieprothesen staat echter niet stil en de overlevingsverwachting stijgt mee met deze ontwikkeling. De prothese die in Ave Orthopedische Klinieken wordt geïmplanteerd is van zeer hoge kwaliteit. Als de prothese uiteindelijk versleten is of losraakt is een revisie (wisselen van de prothese) naar een totale knieprothese een relatief eenvoudige ingreep.

Na de operatie

U verlaat de kliniek met twee krukken en drukverband, dat 48 uur aanwezig moet blijven. Volledige belasting van de knie is in eerste instantie vaak niet mogelijk vanwege de pijn. U mag de knie echter wel volledig belasten vanaf de eerste dag na de operatie. De knie mag bewogen worden, echter de eerste zes weken niet voorbij de 90 graden. Het strekken dient u goed te oefenen na de ingreep; volledige strekking is belangrijk om een optimaal resultaat te behalen. U krijgt pijnmedicatie mee voor thuis, maar het kan gebeuren dat u niet pijnvrij zult zijn. Het is normaal dat het been na de operatie in enige mate gezwollen is. De knie zelf blijft vaak nog weken tot maanden in enige mate dik. De hele herstelperiode duurt gemiddeld twaalf weken voor wat betreft de zwaarste fase. Deze periode wordt u begeleid door een fysiotherapeut. U moet zich er van bewust zijn dat uw knie niet meer zo wordt als in uw jonge jaren. Er kunnen enige beperkingen blijven; op de knieën zitten is bijvoorbeeld soms niet meer goed mogelijk.

Eventuele complicaties

In de meeste gevallen verloopt een operatie en de revalidatieperiode zonder problemen.

Toch is het voor u van belang om te weten welke complicaties er kunnen voorkomen:

  • Gevoelloosheid/ doof gevoel rond het litteken: dit is geen complicatie, maar een bijkomstigheid bij een operatieve ingreep. Doordat zenuwtakjes in de huid doorgesneden worden bij het maken van de incisie in de huid die benodigd is voor het uitvoeren van de ingreep, kan gevoelloosheid van de huid ontstaan. Soms is dit tijdelijk, maar dit kan ook blijvend zijn.
  • Infectie; om de kans hierop zo klein mogelijk te houden krijgt u antibiotica rondom de operatie en wordt er zo steriel mogelijk gewerkt. De kans op een infectie is het grootst in de periode net na de operatie. Het is echter ook mogelijk dat in een later stadium ontstaat. Bijvoorbeeld door bacteriën elders in het lichaam, die via de bloedbaan bij de knieprothese terecht komen. De meest voorkomende oorsprong hiervan is mond; indien u een tandheelkundige ingreep moet ondergaan, is het verstandig met de orthopeed en tandarts te overleggen of preventief antibioticagebruik wenselijk is.
  • Een infectie diep in het gewricht bij een knieprothese kan grote gevolgen hebben. Vaak zal in deze gevallen de prothese gewisseld moeten worden. Soms is het tijdelijk volledig verwijderen van een prothese zelfs noodzakelijk.
  • Nabloeding; in dit geval dient contact te worden opgenomen met de orthopeed.
  • Zenuwschade; dit is een zeldzame complicatie, maar het is mogelijk dat er door rek een meestal tijdelijke uitval ontstaat van een zenuw die de voet heft.
  • Vertraagde wondgenezing; dit zal bij de controles op de polikliniek gecontroleerd worden.
  • Trombose (bloedstolseltje) of longembolie (verstopping van het bloedvat van de long); hiertegen krijgt u antistollingsmiddelen die u volgens voorschrift moet gebruiken.
  • Decubitus van hiel of stuit, ook wel doorliggen genoemd.
  • Loslating; dit kan op termijn spontaan, door een val of door infectie ontstaan. In dit geval is een wissel naar een andere prothese noodzakelijk.

Verder informatie met betrekking tot deze ingreep zal u ontvangen via de kliniek als u voor deze ingreep in aanmerking komt.

 





Laat de pagina in print veilige modus zien